Poort Megen Hostiebakkerij Nijmegen Spiritualiteit Federatie

 ©  Federatie van de H. Clara  -  overname foto’s alleen via

Email
Spiritualiteit Levensvorm Clara van Assisi Roeping roepingsverhalen Meditatief gebed / symbolen tau-teken
Share via e-mail Print

MARIANNE VAN HAASTRECHT


1. Kun je in één zin zeggen wat volgens jou ‘roeping’ is?

Roeping is voor mij het volgen van de weg van mijn hart. Een antwoord op de trek van Iemand in mij wiens liefde mijn liefde heeft gewekt en wekt.


2. Wanneer ben je zuster geworden en waarom?

6 augustus 1999 ben ik aan mijn postulaat begonnen en een jaar later ben ik als zuster in onze Orde opgenomen. Waarom? Ik blijf dat een moeilijk te beantwoorden vraag vinden. Om met de woorden van Dag Hammarskjöld te spreken: ‘Iets (of Iemand) in mij die sterker was dan ik.’ Het was een hele strijd om in te treden. Waar begin ik aan? Mijn leven is zo toch prima? Ja, toen stond mijn wereld wel op zijn kop. Deze roep van God was en is heel ingrijpend! Ik kan nu wel zeggen dat ik heel gelukkig ben met de keuze die ik toen gemaakt heb. Ik ben in onze levensvorm echt op mijn plek! Goed dat ik toch naar mijn hart geluisterd heb.


3. Wie of wat is er stimulerend voor je geweest om je weg te gaan?

Mijn eerste gevoel bij de zusters in de waterstraat was er een van ‘thuis-komen’. Dit thuisgevoel heeft mij nooit meer losgelaten. Verder waren er mensen op mijn weg die mij daarin hebben aangestoken en bevestigd: broeder Wim Pot met zijn getuigenis op een landdag van de franciscanen, zuster Maria Smelter (in die tijd de abdis van ‘De Bron’), maar ook parochianen en andere mensen die blij waren met mijn keuze. Ook na mijn intrede zijn deze stimulansen gelukkig gebleven. En last but not least mijn ouders! Zij hebben mij het geloof meegegeven en voorgeleefd en zij hebben altijd achter mijn keuze gestaan. Onze gemeenschap en wat het leven in gemeenschap met mij doet is eveneens een sterke stimulans om door te gaan. Daarnaast blijft onze levensvorm zelf, ons gebed, de stilte en mijn relatie met Jezus Christus een grote stimulans, misschien wel de grootste, die mij gaande houdt op deze weg.


4. En wie of wat hield je er aanvankelijk vanaf?

Wat mij het meest in de weg heeft gezeten (en soms nog zit): mijn eigen wil, mijn eigen idealen en ideeën. Het viel in het begin allemaal zo tegen…, de zusters vielen tegen…, ikzelf viel tegen…, in het klooster is het niet veel anders als in de grote wereld… - geen ideale wereld met volmaakte mensen… en toch!

Vrienden kies je uit. Zusters krijg je! Je zusters zijn, volgens Franciscus en Clara, een gave Gods. Het valt niet altijd mee om ze zo te zien. De gemeenschap is voor mij, naast een geweldige stimulans, een groot struikelblok geweest. Terugkijkend kan ik wel zeggen dat het vooral mijn eigen ideeën en beelden waren die ik in de gemeenschap tegenkwam en die mij vooral met mijzelf confronteerden, met mijn eigen onhebbelijkheden, mijn eigen schaduwzijde.

Daarnaast waren er ook mensen die mij voor gek verklaarden en vroegen of ik bejaardenverzorgster wilde worden. Die negatieve geluiden, in combinatie met een uitstroom van jonge broeders en zusters tijdens mijn vormingstijd, deden mij wel eens wankelen. En toch was daar altijd die trek van Iemand in mij, die mij deed blijven!


5. Wat betekent de zuster/broederschap voor je?

De zusterschap in mijn eigen gemeenschap valt voor mij bijna samen met mijn leven en betekent dus heel veel voor mij. Ik heb mijn toewijding uitgesproken in deze gemeenschap en me daarin aan hen verbonden. Ons leven speelt zich grotendeels af in deze gemeenschap, mijn dienstwerk voor God en de Kerk is in de eerste plaats mijn concrete inzet in onze gemeenschap. In de loop van de jaren heb ik ontdekt dat God in en door onze gemeenschap spreekt en zijn wil openbaart. In het samen zoeken, vaak tastend en niet wetend, in het schuren en schaven aan elkaar, wordt het zichtbaar. Zoals in het verhaal van de Emmaüsgangers! (De evangelielezing op de dag van mijn eeuwige professie. Toeval of niet?)

De bredere zuster- en broederschap van de franciscaanse familie is voor mij inderdaad als mijn familie. Die bredere verbondenheid met de 1e en 3e Orde en met de Franciscaanse Beweging is voor mij belangrijk. Samen zijn we op weg.


6. Hoe ziet je dagindeling eruit? Wat doe je voor werk?

Onze dag kent vier gezamenlijke gebedsmomenten: morgen-, middag-, avondgebed en dagsluiting. Dit koorgebed is als het ware het geraamte van onze dag waaraan al het andere wordt opgehangen. Er is in onze dagorde ruimte voor persoonlijke meditatie en geestelijke lezing. Dit wordt door ieder zuster zelf ingevuld. We eten driemaal daags samen in stilte. Tussen maaltijden en gebed in is er werktijd. Ieder zuster heeft haar eigen taken. Mijn werkzaamheden bestaan o.a. uit koken, poetswerk, het bijhouden van de bibliotheek, administratiewerk voor liturgie en de ledenadministratie voor het Tijdschrift voor Verkondiging. Verder zorg ik voor onze computer en website. Sinds kort probeer ik ook via Twitter ons leven op het net te zetten. Daarnaast ben ik lid van ons huisbestuur en het bestuur van onze federatie. We zijn een contemplatieve gemeenschap en proberen ons leven zo veel als mogelijk in stilte te leven. We ontmoeten elkaar met een praatje aan de koffie en in de recreatietijd na het avondjournaal. Mijn dag begint rond 6.30 uur en deze loopt door tot de dagsluiting van 21.15 uur. Ik geniet daarna soms nog wat van een boek en vertrouw me vervolgens aan de slaap toe.


7. Wat betekent God voor jou als zuster?

God is voor mij die Iemand, die mij getrokken heeft naar De Bron. Hij (ik ervaar hem als een Hij), die sterker is dan ik, Hij is uiteindelijk mijn diepste Bron, die mij doet leven en mij ook de energie geeft om mens en zuster te zijn op de plek waar ik leef.


8. Maak de volgende zin af: “Een wereld zonder zusters en broeders is als……”

Een wereld zonder zusters en broeders is als soep zonder zout.


9. Mijn levensmotto is: ...

Ik heb niet echt een levensmotto. Ik was wel erg geraakt door het thema van onze vigilievieringen in de afgelopen veertigdagentijd: Een levensweg te gaan. Dat raakt wel aan iets wat een motto zou kunnen zijn. Roeping, menswording, leven, … het is een weg die je te gaan hebt, die je ook mag gaan met vallen en opstaan en vanuit het vertrouwen dat Hij met je meegaat, een levensweg lang.