Poort Megen Hostiebakkerij Nijmegen Spiritualiteit Federatie

 ©  Federatie van de H. Clara  -  overname foto’s alleen via

Email
Spiritualiteit Levensvorm Clara van Assisi Roeping roepingsverhalen Meditatief gebed / symbolen tau-teken
Share via e-mail Print

EMMANUËL MAAS


1. Kun je in één zin zeggen wat volgens jou ‘roeping’ is?

Voor mij is roeping: leven zoals God mij bedoeld heeft. Of beter gezegd: zó leven, dat ik steeds meer wórd zoals ik bedoeld ben, steeds meer mezelf word in feite. Het is God die roept, en ik wil op Zijn uitnodiging ingaan met de inzet van heel mijn leven. En ik geloof dat ik dat het beste kan doen in het clarissenleven.


2. Wanneer ben je zuster geworden en waarom?

Ik ben ingetreden in november 2002. Die stap kwam niet uit de lucht vallen. Op mijn zevende jaar zag ik een film over Franciscus, en de enige vrouw die in de film zijn voorbeeld volgde - Clara – maakte indruk op mij. Diezelfde avond nog schreef ik mijn ouders een briefje (in kinderhandschrift..) dat ik het klooster in wilde. Natuurlijk had ik toen nog geen idee wat het kloosterleven nu eigenlijk inhield en wist ik ook nagenoeg niets van Clara en Franciscus. Maar toch: ik geloof dat God toen in mij iets begonnen is. Later ging ik meer lezen van en over Clara en Franciscus en maakte ik kennis met het concrete clarissenleven anno nu. Ik voelde me geraakt door die eenvoud van leven en de zusterschap en de andere aspecten die de franciscaanse spiritualiteit ‘rijk’ is. Dát wilde ik ook!


3. Wie of wat is er stimulerend voor je geweest om je weg te gaan?

Ik heb veel aan mijn ouders te danken: ik ben van huis uit gelovig opgevoed, we gingen elke zondag naar de kerk en vanaf mijn eerste communie was ik actief als misdienaar en later als acoliet. Zo was God al van jongs af aan een levende werkelijkheid in mijn leven, of liever: de Levende, die ik heel nabij wist. Het is overigens ook mijn vader geweest die mij het adres van de clarissen in Megen gaf, waardoor ik met de zusters hier in contact kwam. Al sinds mijn twaalfde jaar ben ik hier regelmatig als gast over de vloer geweest. Eerst één keer per jaar, later steeds vaker. En met 17/18 jaar zelfs drie maanden, als sabbathgast. Je leeft, bidt en werkt dan met de zusters mee. Zo heb ik kennis kunnen maken met het concrete clarissenleven nu. Verder heb ik het geluk gehad inspirerende mensen op mijn weg te ontmoeten die een voorbeeld voor mij waren en zijn. Op mijn zestiende ging ik ook meedoen met de jong-geïnteresseerdengroep van de franciscanen. Zo kwam ik met andere jongeren in contact die ook bezig waren met de vraag: zou een leven als franciscaan of claris iets voor mij zijn? Maar bovenal zie ik als ik terugkijk dat het vooral God zelf is geweest die me de weg liet zien die ik moest gaan en nog moet gaan. Hij is het die dat diepe verlangen in mij heeft gewekt dat me leidt en gaande houdt op de weg.


4. En wie of wat hield je er aanvankelijk vanaf?

Eerlijk gezegd is er niets geweest dat me er vanaf hield. Wel vond ik het moeilijk om te moeten ‘wachten’. Ik voelde me namelijk in mijn sabbathtijd zo bevestigd in mijn verlangen dat ik het liefst meteen was ingetreden. De zusters vroegen me echter eerst een opleiding af te ronden en wat meer levenservaring op te doen. Waar ik ook gehoor aan gegeven heb.


5. Wat betekent de zusterschap voor je?

Wij zijn als zusters elkaar gegeven. We hebben elkaar niet uitgekozen en zouden elkaar misschien ook nooit uitkiezen als wij het voor het zeggen zouden hebben. Ik vind ons leven een soort ‘Godsbewijs’: zoveel verschillende vrouwen, met verschillende leeftijden, achtergronden, enz., die tóch een heel leven met elkaar samenleven: daar moet wel Iemand achter zitten die hen bijeenroept! En dat maakt dat we op een heel wezenlijk punt met elkaar verbonden zijn. Hoeveel verschillen er ook mogen zijn onderling, we zijn wel allemaal tot dit leven geroepen: Christus navolgen, naar het voorbeeld van Clara, in een gemeenschap van zusters. De zusterschap is mij heel dierbaar. Clara schrijft ergens dat de zusters voor elkaar aanvullen wat er bij ieder nog ontbreekt in het navolgen van de voetstappen van Christus, en zo is het ook. Onze eerste en enige echte ‘taak’ is zuster-zijn en met al onze andere taken en talenten vullen we elkaar aan. Daar zit geen status of meerwaarde aan vast, hoe moeilijk het soms ook is om dat écht te beseffen. De gemeenschap werkt ook als een spiegel. Na bijna 5 ½ jaar kan ik zeggen dat ik door het gemeenschapsleven mezelf beter heb leren kennen.


6. Hoe ziet je dagindeling eruit? Wat doe je voor werk?

De clarissenorde is een contemplatieve orde, dat wil dus zeggen dat we niet buitenshuis gaan werken. Ons leven is in de eerste plaats een leven van gebed, een leven van God zoeken in de stilte, in ons bidden. Wel werken we in huis en hebben we in onze hostiebakkerij een bron van inkomsten. Ook ontvangen we gasten die voor enkele dagen bij ons verblijven voor stilte en bezinning. We hebben een vaste structuur doorheen de dag, oftewel een dagorde. We beginnen onze dag om half zeven met de lezingendienst. Dan is het meditatietijd, tijd voor persoonlijk gebed en om kwart voor acht de ochtendviering. Daarna ontbijten we en gaan we aan het werk. Om half 11 hebben we een kwartier koffiepauze en om 12 uur bidden we de middagdienst. Daarna eten we en om 14 uur beginnen we weer met werken, tot 16 uur, dan hebben we een half uur recreatie samen. Om kwart voor vijf begint de meditatietijd weer en om kwart voor zes de avondviering – soms met Eucharistieviering. Daarna de avondboterham en vrije tijd en om half negen de dagsluiting. Op zondag is de dagorde iets anders. Op het moment ben ik hoofd van onze hostiebakkerij en daar werk ik drie ochtenden en een middag per week. Ook kook ik, werk ik in de tuin, doe ik schoonmaakwerk en heb ik studietijd.


7. Wat betekent God voor jou als zuster?

God is de Bron van mijn leven, uit Wie en in Wie ik mag leven. Ik geloof in Hem en bid tot Hem als Iemand, een Persoon met Wie ik in relatie kan treden. Iemand, die mij heel nabij is. Iemand, die ik meer en meer wil leren kennen en beminnen. Ik blijf het fascinerend vinden dat Hij mij wil, zoals ik ben, met alles erop en eraan, dus ook met al mijn tekortkomingen. En, zoals Franciscus zegt: ‘Gij zijt al onze rijkdom en dat is ons genoeg.’ God is genoeg om van te leven, Hij kan een mensenleven vullen en méér…


8. Maak de volgende zin af: “Een wereld zonder zusters is als…”

Deze zin vind ik moeilijk af te maken. Ik heb bewust voor een leven van gebed gekozen, omdat ik geloof dat ik er zo voor iedereen kan zijn. Ik geloof dat ik door zo te leven, door mijn gebed God, de Kerk en de wereld dienstbaar ben. Maar hoe? Dat weet ik niet. Dat mogen we vol vertrouwen aan God overlaten.


9. Mijn levensmotto is:

Ik heb geen levensmotto. Wel is er van tijd tot tijd een tekst die met me meegaat. Op dit moment is er het psalmvers: ‘In uw waarheid ga ik mijn weg’…