Poort Megen Hostiebakkerij Nijmegen Spiritualiteit Federatie

 ©  Federatie van de H. Clara  -  overname foto’s alleen via

Email
Spiritualiteit Levensvorm Clara van Assisi Roeping roepingsverhalen Meditatief gebed / symbolen tau-teken
Share via e-mail Print

ANGELA HOLLEBOOM


1. Kun je in één zin zeggen wat volgens jou ‘roeping’ is?

Roeping is dat je gelooft dat niet jijzelf het middelpunt en de vormgever van je leven bent, maar dat je bij Iemand anders hoort die het echte  middelpunt en de echte vormgever van jouw leven is. Dit horen bij brengt je tot horen naar en gehoor geven aan die Ander die jou roept, God zelf.

2. Wanneer ben je zuster geworden en waarom?

Ik ben claris geworden in 1981. Ik was net afgestudeerd als systematisch theoloog en had in de loop van mijn studie ontdekt dat nadenken over God alleen maar kans van slagen heeft als dat ingebed is in een biddend en Hem toegewijd leven.

3. Wie of wat is stimulerend voor je geweest om je weg te gaan?

Wat personen betreft, denk ik vooral aan de franciscaan Kees Bak, aan de hoogleraar bij wie ik gestudeerd heb, Ferdinand de Grijs, en aan een paar studievrienden die later elders zijn  ingetreden.


4. Wie of wat hield je er aanvankelijk van af?

Ik vroeg me af of ik het eenvoudige en celibataire clarissenleven wel aan kon en mijn ouders vonden het jammer van mijn studie. Mijn vader vond dat ik dan net zo goed ‘de spinazieacademie’ had kunnen volgen. Gelukkig is dat goed gekomen.

5. Hoe ziet je dag(indeling) eruit? Wat doe je voor werk?

Ik volg zoveel mogelijk onze gezamenlijke dagorde. Die is soms een gesel, maar tegelijk houdt die mij ook gaande op de weg van mijn verlangen. ‘Lagerwal weigert niet’, zei mijn novicenmeesteres vroeger vaak en ik heb in de loop der jaren geleerd dat ze gelijk had: een gerichtheid en verbintenis moet je echt onderhouden.  Anders word je zo een vogel voor de poes.


6. Wat betekent de zusterschap voor je?

De zusterschap is voor mij mijn familie en heeft als diepste betekenis dat ik niet alleen sta tegenover God. Aan die zusterschap als familie zit alles vast wat ook aan een gewone familie vastkleeft: mooie momenten en moeilijke momenten, contacten die goed zijn en contacten die moeizaam gaan. Maar dat we bij elkaar horen en elkaar aanvaarden als familie staat buiten kijf en is een vanzelfsprekende zekerheid. Dat geldt ook voor onze broeders.

7. Wat betekent God voor jou als zuster?

God is de verre vriend, de vreemde ander. Hij is het kleine kamertje in het diepste van mijn grote en drukke huis en ik kan Hem daar altijd opzoeken. En als ik bij Hem kom, valt mij op: zijn ogen, peilende, zien. Zijn wimpers doorgronden de mens.

8. Maak de volgende zin af: "Een wereld zonder zusters is

...een kosmos die tot chaos wordt.”

In deze zin voeg ik aan ‘zusters’ wel ‘broeders’ toe en versta ik beide termen zoals Paulus die verstond: alle zusters en broeders van onze Heer Jezus Christus.

9. Mijn levensmotto is:
‘Het ís eenvoudig, maar het is niet eenvoudig om zo eenvoudig te worden.’