Poort Megen Hostiebakkerij Nijmegen Spiritualiteit Federatie

 ©  Federatie van de H. Clara  -  overname foto’s alleen via

Email
Share on Facebook Share on Twitter Print
Megen Gebedsdiensten Gasten Dagelijks leven Blog Clare taal Rondleiding Geschiedenis Hostiebakkerij Roeping Contact

12e Zondag A  - 25 juni 2017

 Jeremia 20,7-18


Uit de vigilie-viering:   (zr. Emmanuël)   


Ter overweging:

We hoorden zojuist de laatste van de zogenoemde ‘belijdenissen’ van Jeremia. In die belijdenissen, die steeds volgen op mislukking, vervolging en gevangenschap, geeft Jeremia steeds iets prijs van de innerlijke strijd die hij dan doormaakt. Op zulke momenten houden sombere gevoelens Jeremia in hun greep, ze buitelen over elkaar heen: ontmoediging, wraakgevoelens, spijt om zijn engagement, twijfel aan zijn roeping, en zelfs vervloeking dat hij überhaupt leeft.

Van Jeremia mogen al deze gevoelens er zijn. Hij ontkent ze niet, hij stopt ze niet weg, maar spreekt ze uit, brengt ze voor God in gebed. Hij durft ze aan te kijken en te doorleven. En dat blijkt vruchtbaar, levengevend: steeds opnieuw ontdekt hij dan, hoe diep zijn roeping gaat. Of beter gezegd: hij ontdekt opnieuw wat roeping in wezen is: de weg waarlangs iemand door God ten leven wordt geroepen. ‘Je roeping beantwoorden’ is toch: leven zoals je door God bedoeld bent, met vallen en opstaan, doorheen alles wat het leven je vraagt en geeft. Het is: je leven ontvangen als geschenk van God, en dat in dankbaarheid aan Hem teruggeven. Jeremia ervaart hoezeer zijn leven samenvalt met de roeping en zending die hij van God ontvangen heeft. Dat die roeping en zending voor hem de enige weg ten leven is, geen andere. Dat er iets, Iemand, sterker is dan hij – waardoor hij steeds opnieuw boven zichzelf en al zijn ontmoediging, wraakgevoelens, spijt en twijfel uit getrokken wordt. Hij móet wel spreken in Naam van God, hij móet die weg wel gaan, want het is zijn weg, geen andere. Dit brengt die bekende tekst van Dag Hammarskjöld in herinnering:


Vermoeid

en eenzaam.

Vermoeid,

het hart doet zeer.


Langs de rotsen sijpelt de dooi.

De vingers zijn stom,

de knieën trillen.

Nu, nu is het ogenblik daar

dat je niet mag loslaten.


Anderen vinden rustplaatsen

op hun weg, langs de zon

waar ze elkaar ontmoeten.

Maar dit

is jouw weg

en het is nu, nu,

dat je niet mag falen.


Schrei,

als je kunt,

schrei

maar klaag niet.

De weg koos jou –

en je moet dankbaar zijn.


Laten wij in de stilte die nu volgt bij onszelf overwegen wat onze eigen, diepste roeping is, en alles wat onze weg bemoeilijkt in gebed voor God brengen. En laten wij bij Hem onze kracht zoeken om steeds weer boven onszelf en onze moeilijkheden uit te stijgen, opdat wij onze enige weg ten leven gaan, dankbaar, trouw en toegewijd.