Poort Megen Hostiebakkerij Nijmegen Spiritualiteit Federatie

 ©  Federatie van de H. Clara  -  overname foto’s alleen via

Email
Share on Facebook Share on Twitter Print
Megen Gebedsdiensten Gasten Dagelijks leven Blog Clare taal Rondleiding Geschiedenis Hostiebakkerij Roeping Contact

6e Zondag van pasen A  - 21 mei 2017

 Johannes 14, 15-21



Uit de vigilie-viering:   (zr. Margriet)   


Inleiding:

In deze periode van  vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren, krijgen we het vaak te horen; Jezus die aan zijn leerlingen verschijnt zijn vredegroet uitspreekt en zegt niet bang te zijn, Hij zal zijn Geest zenden om ons bij te staan in het leven van alle dag.

Ook deze zondag klinkt het weer; Ik laat jullie niet als wezen achter. Jezus zal de Helper zenden, de Trooster, de Geest van wijsheid, de Geest van liefde, maar staan wij er voor open?

Blijven we in onmacht en verlatenheid zitten en horen we geen woorden van bemoediging en troost, maar alleen de verplichting zijn geboden te onderhouden?

God dringt zijn Geest niet op, Hij biedt aan, het is aan ons of we ons hart openen voor die Geest, ons hart openen voor dat woord: Heb elkaar lief.


Ter overweging:

Een verlangen vult mijn wezen… en mijn hart blijft verwachten… totdat…

Een klooster is een school van liefde. Oei, hoor ik sommigen denken.

En Jezus is de leermeester in die school van het beminnen.

School van liefde, Leermeester. Hoezo moeten we dat léren? We weten allemaal toch wel zo ongeveer wat liefde is?   Ja en nee.

Geen woord wordt zoveel en met zo’n gemak gebruikt; het lijkt in onze maatschappij een beetje verloren aan betekenis, liefde, het klinkt bijna zoetsappig, sentimenteel. Ik denk niet dat Jezus dat bedoelt als Hij het heeft over elkaar beminnen. Echte liefde is dan zo iets als waarderen, respecteren, hoogachten, het is de ander in het centrum zetten en het stoot ons ik van zijn troon. En daar ligt nou net de moeilijkheid, daar ligt het leerproces; het onttronen van al die ikken van ons. School van liefde.

Jezus geeft het ons mee in zijn afscheidswoorden waarvan we zojuist een gedeelte hebben gehoord. ‘Onderhoudt mijn geboden, heb elkaar lief’. Leven in liefdevolle gemeenschap met Hem en met elkaar. Afscheidswoorden aan zijn vrienden. Vrienden waar hij mee heeft opgetrokken, die Hem vergezelden, die bij Hem waren elke keer weer als Hij die liefdestaal sprak: in zijn aandacht voor ieder, in zijn genezende aanraking, in zijn dienende aanwezigheid.

Vanuit zijn verbondenheid met de Vader zie je Hem voortdurend in allerlei relaties kiezen voor de liefde.

Afscheidswoorden en dan is het van belang goed te luisteren, maar voor zijn vrienden klinkt het nog allemaal ver weg, het dringt nog niet echt door. Ze zijn bijeen in die bovenzaal en Jezus heeft gesproken over lijden en dood, een zwaar beladen sfeer, ze raken verward, zijn angstig en vragen zich van alles af. Wat destijds zo enthousiast begon lijkt voorbij te zijn. Hoe moet het nu verder met hun leven. Een sombere toekomst?

Zoals ook wij soms vragen: hoe is de toekomst van de kerk, hoe is de toekomst van ons klooster, hoe zit het in onze maatschappij, waar gaat het naar toe? Heeft ons geloof nog een kans?  

Waar vriendschap heerst en liefde daar is God, zingen wij, maar op die aanwezigheid vertrouwen, op zijn Geest die ons daarin bijstaat??? Net als die vrienden van Jezus struikelen we elke keer weer: Geven jullie al die mensen te eten zegt Jezus, waarop zijn vrienden zeggen: Kom nou Jezus dat gaat niet lukken, dat zijn er veel te veel. En wij zeggen: dat zijn er veel te veel al die vluchtelingen, wij hebben geen plek. En ga zo maar door. Vertrouwen?

Ja, Jezus kent onze valkuilen, toch geeft Hij zijn werk door aan ons zwakke mensen en zegt: Heb Mij lief, onderhoudt mijn geboden en Ik zend je mijn Geest, die je leidt waar je ook gaat.

Me op Jezus’ woorden verlaten of staat de antenne meer werelds gericht? Een wereld waar we God niet tegenkomen, waar we gefocust op onszelf bezig zijn met onze prestaties, onszelf zien als meester van ons bestaan.

Waar liefde niet geleefd wordt vermindert de schepping’, las ik laatst. Hebben we dan geen hart, wordt ons hart niet geraakt?

Leven wij de liefde niet? Het is toch een universeel verlangen van ieder mens dat er van hem wordt gehouden en dat hij zoekt te beminnen. Jezus kent dit verlangend en verwarrend zoeken, Hij wil nabij zijn in een persoonlijke liefdesrelatie, niet in anonimiteit, Hij wil in relatie treden en Hij zegt:  Wie Mij liefheeft zal liefde van de Vader en Mij ontvangen.

Dit, deze woorden, het is een kracht waar heel de schepping naar snakt. En God heeft ons lief, in elk nu-moment is Hij er met zijn liefde. Maar liefde is ook wederkerig, je moet het toelaten in je hart, een welwillend hart, dat ontvangt en beaamt.  Dat is niet eenvoudig, moeilijk zelfs en ook wat eng.

En daarvoor dient precies dat geweldige geschenk van Jezus aan zijn vrienden, aan ons: zijn Geest. Als we luisteren naar de liefde, naar het fluisteren van de Geest, dan kan de engheid van ons hart ruimer worden, dan wordt onze binnenkamer verblijfplaats.

Een leerproces, want dat gaat niet ineens.  Ja school van liefde.