Klooster Sint Josephsberg te Megen

  Website Clarissen Megen    

Reflecties

Hij neemt mij aan zoals ik ben

Waar het begin wordt gemaakt in de hostiebakkerij, daar wordt het voor mij voltooid in de Eucharistie. Het wonder en mysterie van de Eucharistie gebeurt pas echt, wanneer wij ten diepste geloven dat zijn lichaam werkelijk in ons midden aanwezig is. Het gebeurt, wanneer ‘heel mijn hart daarbij leeft’ (Ps. 119). Christus geeft zijn lichaam aan ons allen, ongeacht wie we zijn. Als wij Hem niet willen herkennen, erkennen en ontvangen, dan is zijn liefdesoffer tevergeefs. Dan heb ik het leven niet in mij, omdat Hij het leven zelf is (Joh. 6,52). Ik leef, omdat Hij mij doet leven.

De hostiebakkerij is dé plaats, waar ik samen met mijn zusters een begin mag maken aan dat goddelijke wonder en mysterie. Het is een plaats waar ik mij verbonden voel met mijn zusters en vele verschillende mensen, die zijn lichaam zullen ontvangen. Wat het werk, dat wij in de hostiebakkerij doen, en het wonder en mysterie in de Eucharistie teweegbrengen, dat weet alleen God.

Ik vraag me weleens af: wie ben ik, dat ik deel mag uitmaken van zoiets groots? Waarom kiest Christus mij uit, terwijl Hij weet dat mijn gedachten vaak afdwalen? Terwijl Hij weet dat ik fouten maak? Maar toch neemt Hij mij aan zoals ik ben, omdat zijn barmhartige liefde dit wil. In gebed geef ik alles wat me dwarszit aan Hem, omdat ik weet dat Hij me hoort. En hoe meer ik aan Hem geef, hoe meer vrede er in mijn hart binnenkomt. Dingen worden helderder, wanneer ik blijf luisteren naar zijn stem, die spreekt in mijn hart.

Ik zie het stukje hostie, dat voor mij gegeven is uit pure liefde, en mijn hart, dat gelooft, herkent Hem.

zr. Maria osc


(Deel van een getuigenis, uitgesproken tijdens het symposium ter ere van het 250-jarig bestaan van onze hostiebakkerij in juni 2016. Het volledige verhaal is te lezen in het boekje ‘Levend Brood’.)



Hosties bakken op Witte Donderdag

De hosties die wij vanavond in de viering van Witte Donderdag gebruiken zijn natuurlijk niet vandaag gebakken. Misschien wel een paar maanden geleden. Toch heeft het voor mij iets bijzonders om op Witte Donderdag op de hostiebakkerij te werken, de dag waarop wij heel bijzonder het laatste avondmaal van Jezus gedenken.

Ik heb een medezuster het wel eens zo horen verwoorden: met iedere hostie die wij bakken, ontstaat er een mogelijkheid tot Godsontmoeting. Als ik dagelijks in de bakkerij bezig ben, sta ik daar lang niet altijd zo bij stil. Maar wanneer ik er wel echt bij stilsta, is het een gedachte die tot diepe nederigheid stemt: dat het werk van mijn handen tot middel wordt waarvan God gebruik maakt om zich aan ons mensen te schenken. Om bij ons present te zijn.

God, Schepper van al wat is, bedient zich van de geschapen werkelijkheid om zich aan ons kenbaar te maken. Hij maakt gebruik van het werk van onze handen: het brood dat wij bakken, de wijn die wij maken, de olie… Maar niet alleen dat: Hij gebruikt ook onze handen, onze stem, ons hart om door ons heen van Zijn liefde te doen spreken.

Zo innig is God met ons mensen verbonden, dat Hij het zelf is die in ons leeft en liefheeft – wanneer wij Hem daartoe de kans geven door ook daadwerkelijk vanuit Hem te willen leven. Dat heeft Jezus ons voorgeleefd, toen hij zich geheel en al aan ons mensen wegschonk totdat er op het kruis alleen nog die liefde die God is overbleef. Zo liet hij zien wie God is, en ook wat werkelijk mens-zijn betekent: Gods liefde in ons tot leven laten komen. Worden als brood, in Zijn handen gebroken en in liefde verteerd.

zr. Rebecca osc  (28 maart 2013)